Hoeveel koolhydraten je nodig hebt voor het sporten hangt af van hoe lang en intensief je traint. Als vuistregel geldt: sport je ongeveer één uur per dag, dan heb je zo’n 5 tot 7 gram koolhydraten per kilogram lichaamsgewicht nodig. Bij één tot drie uur intensief sporten loopt dat op naar 6 tot 10 gram per kilogram. Train je meer dan drie uur per dag, dan liggen je behoeften nog hoger.
Voor iemand van 70 kilogram betekent dat in de praktijk 350 tot 490 gram koolhydraten per dag bij één uur sporten, en 420 tot 700 gram per dag bij één tot drie uur training. Dat zijn forse hoeveelheden, zeker vergeleken met de gemiddelde niet-sportende volwassene die uitkomt op zo’n 200 tot 300 gram per dag.
Koolhydraten per dag: de aantallen op een rij
| Trainingsduur per dag | Gram per kg lichaamsgewicht | Totaal bij 70 kg |
|---|---|---|
| Circa 1 uur | 5 tot 7 gram | 350 tot 490 gram |
| 1 tot 3 uur | 6 tot 10 gram | 420 tot 700 gram |
| Meer dan 3 uur | 8 tot 12 gram | 560 tot 840 gram |
De bovenste rij past bij recreatief sporten, zoals een uurtje hardlopen of een fitnessles. De middelste rij is voor duursporters en mensen die meerdere keren per week lang en intensief trainen. De onderste rij geldt voor topsporters of mensen die dagelijks meerdere uren trainen, zoals wielrenners of zwemmers op competitieniveau.
Wanneer eet je die koolhydraten het beste?
Timing maakt een groot verschil. Eet je de meeste koolhydraten op het goede moment, dan presteer je beter en herstel je sneller. Ruwweg zijn er drie momenten die tellen: voor, tijdens en na je training.
- Voor je training: eet één tot drie uur van tevoren een maaltijd met langzame koolhydraten, zoals havermout, volkorenbrood of zilvervliesrijst. Zo begin je met gevulde glycogeenvoorraden.
- Tijdens je training: duurt je training langer dan 60 tot 90 minuten, dan is het zinvol om tussendoor koolhydraten te nemen. Denk aan een banaan, een sportgel of een isotone dorstlesser. Richtlijn: 30 tot 60 gram per uur bij inspanningen langer dan anderhalf uur.
- Na je training: herstel begint direct na je training. Neem binnen dertig tot zestig minuten na het sporten snel verteerbare koolhydraten, bij voorkeur gecombineerd met eiwitten. Een glas chocolademelk, wat rijst met kip of een bakje kwark met fruit werkt prima.
Niet elke koolhydraat is gelijk
Voor de prestatie tijdens het sporten zijn snelle koolhydraten (hoge glycemische index) juist handig: ze geven snel energie. Vlak voor en tijdens een wedstrijd of zware training zijn witte rijst, sportdranken, bananen en energiegels goede keuzes. In je dagelijkse voeding buiten de trainingen om zijn langzame koolhydraten de betere optie, omdat ze je bloedsuiker stabieler houden en langer verzadigen.
Valkuil: sommige sporters eten te weinig koolhydraten omdat ze denken dat ze dan sneller afvallen of slankere spieren opbouwen. In de praktijk leidt een tekort aan koolhydraten juist tot slechtere prestaties, meer vermoeidheid en tragere spiergroei. Je lichaam gaat dan spiereiwitten afbreken voor energie, wat precies het tegenovergestelde is van wat je wilt.
Hoeveel koolhydraten voor sporten bij afvallen?
Wil je afvallen maar ook blijven sporten? Dan hoef je koolhydraten niet drastisch te schrappen. Verlaag je totale calorie-inname licht, maar zorg dat je rondom je training nog steeds voldoende koolhydraten eet. Op rustdagen kun je de inname wat lager houden. Dit wordt ook wel koolhydraatcycling genoemd. Een te forse beperking remt je herstel en maakt trainen zwaarder dan nodig.
Hoe langer en intensiever je sport, hoe groter je behoefte aan koolhydraten. Reken met de grammen per kilogram lichaamsgewicht uit de tabel hierboven als startpunt, let op hoe je je voelt tijdens trainingen, en pas aan als je merkt dat je energie vroeg wegvalt of je herstel traag gaat. Dat is betrouwbaarder dan elke vuistregel.









