De aanbevolen hoeveelheid fruit per dag is 200 gram. Dat is de richtlijn van het Voedingscentrum voor volwassenen. In de praktijk halen de meeste Nederlanders dat niet: gemiddeld eten we zo’n 135 gram fruit per dag, wat betekent dat we er als land gemiddeld zo’n 65 gram onder zitten.
200 gram klinkt misschien abstract, maar dat is concreter dan je denkt. Een middelgrote appel weegt al snel 150 gram, een banaan gemiddeld 100 gram en een handvol aardbeien (zo’n 10 stuks) kom je ook snel aan 100 gram. Je hoeft dus geen fruit te wegen als je eenmaal weet hoe het eruitziet.
Wat telt mee als die 200 gram fruit per dag?
Vers fruit telt volledig mee. Denk aan appels, bananen, peren, sinaasappels, mandarijnen, aardbeien en druiven. Dit zijn ook de meest gegeten fruitsoorten in Nederland. Maar ook fruit uit de diepvries, of fruit op sap (zonder toegevoegde suikers) telt mee, al heeft vers fruit over het algemeen de voorkeur.
Vruchtensap telt maar gedeeltelijk mee. Een glas puur vruchtensap (150 ml) kun je zien als maximaal één portie, ook al drink je meer. Dat komt doordat in sap de vezels grotendeels verdwenen zijn en de suikers sneller in je bloed terechtkomen dan bij heel fruit. Gedroogd fruit, zoals rozijnen of dadels, telt ook mee, maar bevat veel meer suiker per gram dan vers fruit. Een kleine portie gaat een heel eind.
Hoeveel fruit per dag voor kinderen?
Voor kinderen gelden lagere aanbevelingen dan voor volwassenen. Jonge kinderen (2 tot 5 jaar) hebben genoeg aan ongeveer 150 gram per dag. Oudere kinderen en tieners zitten daar tussenin en kunnen groeien naar de 200 gram van volwassenen. De richtlijn is niet in beton gegoten per leeftijdsjaar, maar als vuistregel geldt: hoe kleiner het kind, hoe kleiner de portie.
Kun je te veel fruit eten?
Fruit bevat van nature suikers (voornamelijk fructose). Voor de meeste mensen is dat bij normale hoeveelheden geen probleem, omdat de vezels in fruit ervoor zorgen dat de suikers langzamer worden opgenomen. Maar als je dagelijks ver boven de 300 à 400 gram zit en ook nog veel ander suikerrijk voedsel eet, kan dat op termijn wel bijdragen aan een te hoge suikerinname.
Voor mensen met diabetes of een aandoening waarbij de bloedsuiker goed in de gaten gehouden moet worden, is het verstandig om de hoeveelheid fruit en de keuze van fruitsoorten te bespreken met een diëtist. Sommige fruitsoorten (zoals druiven of rijpe bananen) hebben een hogere glycemische index dan andere (zoals bessen of een groene appel).
Praktisch: zo kom je aan 200 gram per dag
De makkelijkste manier is om fruit op een vast moment van de dag te eten, zodat het een gewoonte wordt. Een paar concrete voorbeelden:
- 1 appel (150 g) + een handje aardbeien (60 g) = 210 g
- 1 banaan (100 g) + 1 mandarijn (80 g) = 180 g (net iets eronder, maar prima)
- Een schaaltje gemengd fruit van 200 g als tussendoortje = precies goed
- Een handje blauwe bessen (50 g) door de yoghurt + een peer (150 g) = 200 g
Je hoeft niet alles in één keer te eten. Over de dag verspreid werkt minstens even goed, en voor veel mensen ook makkelijker vol te houden.
De aanbeveling van 200 gram fruit per dag is geen strenge grens, maar een bruikbaar doel. Als je nu op 135 gram zit, is elke extra portie al winst. Kies fruit dat je lekker vindt, wissel af en combineer het met groenten voor een breed aanbod aan vitaminen en vezels.









