Proteïne betekent eiwit. Het is een voedingsstof die je lichaam gebruikt om spieren, organen, huid en enzymen op te bouwen en te herstellen. Proteïnen zijn ketens van aminozuren, en je lichaam kan zonder die aminozuren letterlijk niet functioneren.
De woorden “proteïne” en “eiwit” worden in het Nederlands door elkaar gebruikt. In de sportwereld en op verpakkingen zie je vaker “proteïne”, in de voedingsleer en medische context vaak “eiwit”. Ze betekenen hetzelfde.
Wat is proteïne precies?
Een proteïne is een grote molecule die is opgebouwd uit aminozuren. Er bestaan twintig verschillende aminozuren. Negen daarvan zijn “essentieel”, wat wil zeggen dat je lichaam ze niet zelf aanmaakt en je ze via voeding moet binnenkrijgen. De andere elf maakt je lichaam zelf aan uit andere stoffen.
Als je een stuk kip eet, breekt je spijsverteringsstelsel de proteïnen in dat vlees af tot losse aminozuren. Die aminozuren worden opgenomen in je bloed en vervolgens gebruikt waar je lichaam ze nodig heeft, bijvoorbeeld voor het herstellen van een spier na het sporten.
Waar heb je proteïne voor nodig?
Proteïne heeft meer functies dan alleen spieropbouw. Dit zijn de belangrijkste rollen:
- Spieren en weefsels opbouwen en herstellen. Na inspanning repareren je spieren zichzelf met behulp van aminozuren.
- Enzymen aanmaken. Enzymen zijn proteïnen die chemische reacties in je lichaam mogelijk maken, zoals de vertering van voedsel.
- Hormonen produceren. Insuline, het hormoon dat je bloedsuiker regelt, is ook een proteïne.
- Afweer ondersteunen. Antilichamen die je immuunsysteem gebruikt om ziekteverwekkers te bestrijden, zijn eveneens proteïnen.
- Transport van stoffen. Hemoglobine, het proteïne in rode bloedcellen, vervoert zuurstof door je lichaam.
Hoeveel proteïne heb je per dag nodig?
Voor een gemiddelde volwassene geldt als richtlijn ongeveer 0,8 gram proteïne per kilogram lichaamsgewicht per dag. Iemand van 70 kilo heeft dan zo’n 56 gram per dag nodig. Sporters, ouderen en mensen die herstellen van ziekte hebben doorgaans meer nodig, soms oplopend tot 1,6 gram per kilogram per dag. Dit zijn algemene richtlijnen; voor persoonlijk advies kun je het beste een diëtist raadplegen.
In welke voeding zit proteïne?
Proteïne zit in zowel dierlijke als plantaardige producten. Dierlijke bronnen zoals vlees, vis, eieren en zuivel bevatten alle negen essentiële aminozuren en worden daarom “complete eiwitten” genoemd. Plantaardige bronnen zoals peulvruchten, noten en granen bevatten ook proteïne, maar missen soms een of meer essentiële aminozuren. Door te variëren, bijvoorbeeld bonen combineren met rijst, kun je als planteneter toch alle aminozuren binnenkrijgen.
Een paar voorbeelden van het proteïnegehalte per 100 gram product:
| Product | Proteïne per 100 g |
|---|---|
| Kipfilet (gekookt) | circa 30 g |
| Tonijn (op water) | circa 26 g |
| Kwark (mager) | circa 11 g |
| Linzen (gekookt) | circa 9 g |
| Ei (heel) | circa 13 g |
Proteïne in medische context: M-proteïne
In de medische wereld hoor je ook de term “M-proteïne”. Dat is een specifiek, abnormaal eiwit dat door bepaalde kankercellen wordt aangemaakt, bijvoorbeeld bij de ziekte van Kahler (multipel myeloom). Een M-proteïne is geen voedingseitwit, maar een afwijkend proteïne dat in het bloed of de urine van een patiënt wordt aangetroffen. Als een arts spreekt over een “M-proteïne met onbekende betekenis”, dan bedoelt die daarmee dat er een afwijkende hoeveelheid van dit eiwit aanwezig is, maar dat nog niet duidelijk is of het tot ziekte leidt. Dit heeft dus niets te maken met de proteïnen die je via voeding binnenkrijgt.
Kortom: proteïne is een onmisbare bouwstof voor je hele lichaam, ver voorbij alleen je spieren. Of je het nu zoekt in de context van voeding, sport of gezondheid, het gaat altijd om dezelfde basis: ketens van aminozuren die je lichaam draaiende houden.




