Eiwitten worden voornamelijk verteerd in de maag en de dunne darm. De mond en slokdarm spelen daarin geen rol: daar passeren eiwitten gewoon onbewerkt. Pas in de maag begint het echte werk, en in de dunne darm wordt de vertering afgemaakt zodat jouw lichaam de bouwstoffen kan opnemen.
Waar worden eiwitten verteerd: de maag
In de maag maakt het maagsap de eiwitten kapot. Maagsap bevat zoutzuur, dat de structuur van eiwitten openbreekt (denaturatie). Daarna gaat het enzym pepsine aan het werk. Pepsine knipt de lange eiwitketens in kortere stukjes, die peptiden worden genoemd. Pepsine werkt alleen goed in een zure omgeving, en die zure omgeving levert het zoutzuur. De maag is dus de plek waar de vertering van eiwitten echt op gang komt.
Eiwitten zitten vooral in vlees, eieren en peulvruchten. Als je een ei eet, begint de maag al snel met het afbreken van de eiwitstructuur. Na het verblijf in de maag zijn de eiwitten echter nog niet volledig verteerd. De peptiden moeten daarna verder worden afgebroken.
De dunne darm: afronding van de eiwitvertering
De dunne darm is de plek waar de eiwitvertering wordt afgerond. Vanuit de alvleesklier komen enzymen de dunne darm in, zoals trypsine en chymotrypsine. Deze enzymen knippen de peptiden verder in steeds kleinere stukjes. Uiteindelijk ontstaan losse aminozuren en heel kleine peptideketens (dipeptiden en tripeptiden).
De wand van de dunne darm neemt deze kleine deeltjes vervolgens op in het bloed. Via de bloedbaan bereiken de aminozuren alle cellen in je lichaam. Daar gebruikt je lichaam ze als bouwstenen voor spieren, hormonen, enzymen en andere eiwitten die jouw lichaam nodig heeft.
Wat de mond en slokdarm doen (en niet doen)
In de mond worden eiwitten niet verteerd. Speeksel bevat enzymen voor koolhydraten (amylase), maar geen enzymen die eiwitten aanpakken. Kauwen maakt voedsel fysiek kleiner, maar dat is geen chemische vertering. De slokdarm is alleen een transportkanaal. Eiwitvertering begint dus echt pas als het voedsel in de maag aankomt.
Overzicht: waar elke stap plaatsvindt
| Orgaan | Wat er gebeurt met eiwitten |
|---|---|
| Mond | Geen vertering, alleen fysiek verkleinen door kauwen |
| Slokdarm | Geen vertering, alleen transport naar de maag |
| Maag | Denaturatie door zoutzuur, eerste knip door pepsine in peptiden |
| Dunne darm | Verdere afbraak door trypsine en chymotrypsine tot aminozuren, opname in bloed |
| Dikke darm | Geen actieve eiwitvertering, restafval wordt afgevoerd |
Eiwitten die niet volledig worden verteerd, komen terecht in de dikke darm. Daar worden ze niet verder afgebroken door spijsverteringsenzymen, maar wel door bacteriën in de darmflora. Dit levert geen bruikbare aminozuren meer op voor het lichaam.
Kort samengevat: de vertering van eiwitten speelt zich af in de maag (start) en de dunne darm (afronding en opname). Die twee organen werken samen om eiwitten uit je voeding om te zetten in losse aminozuren die jouw lichaam daadwerkelijk kan gebruiken.



