Het eiwit totaal is een bloedwaarde die aangeeft hoeveel eiwit er in totaal in je bloed aanwezig is. Bij gezonde mensen ligt deze waarde tussen 60 en 80 gram per liter (g/l) in serum, of tussen 63 en 83 g/l in plasma. Deze meting geeft een snel overzicht van hoe goed je lever en nieren functioneren, en of je voeding voldoende eiwitten levert.
Wat meet het eiwit totaal precies?
Het eiwit totaal meet de som van alle eiwitten die in je bloed circuleren. De twee grootste groepen zijn albumine en globulinen. Albumine wordt aangemaakt in de lever en is verantwoordelijk voor het transport van stoffen door het bloed en het op peil houden van de vloeistofbalans. Globulinen omvatten onder andere de antilichamen die je immuunsysteem gebruikt. Samen bepalen zij het overgrote deel van de totale eiwitwaarde in je bloed.
Bij een bloedtest wordt het eiwit totaal gemeten in serum of plasma. Serum is bloedplasma zonder stollingsfactoren, vandaar dat de referentiewaarden voor plasma iets hoger liggen dan voor serum. In de praktijk wordt het vaakst serum gebruikt.
Referentiewaarden eiwit totaal
De normale waarden voor eiwit totaal zijn:
- Serum: 60 tot 80 g/l
- Plasma: 63 tot 83 g/l
Deze waarden gelden voor volwassenen. Bij kinderen en ouderen kunnen de grenswaarden licht afwijken. Vraag bij twijfel altijd je huisarts of laboratorium om de specifieke referentiewaarden die bij jouw situatie horen, want elk laboratorium kan eigen referentiegrenzen hanteren op basis van de gebruikte meetmethode.
Te lage waarden: mogelijke oorzaken
Een te lage totale eiwitwaarde heet hypoproteinemie. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Een verminderde aanmaak van eiwitten in de lever, bijvoorbeeld bij leverziekten zoals cirrose, is een veelvoorkomende reden. Maar ook een te lage eiwitinname via voeding, langdurige ondervoeding of malabsorptie (onvoldoende opname van voedingsstoffen in de darmen) kunnen de waarde doen dalen. Verder kunnen nierziekten waarbij eiwit via de urine verloren gaat, zoals het nefrotisch syndroom, leiden tot een te laag eiwit totaal. Brandwonden en ernstige infecties kunnen ook tijdelijk voor een daling zorgen.
Te hoge waarden: mogelijke oorzaken
Een te hoog eiwit totaal heet hyperproteinemie. Uitdroging is de meest voorkomende oorzaak: als je te weinig vocht binnenkrijgt, stijgt de concentratie van alles in je bloed, ook van eiwitten. Een andere, ernstiger oorzaak is een overproductie van globulinen, zoals bij bepaalde bloedziekten zoals multipel myeloom (een vorm van beenmergkanker waarbij abnormale eiwitten worden aangemaakt). Een licht verhoogde waarde zonder andere klachten is vaak niet zorgwekkend, maar verdient wel opvolging.
Wanneer wordt deze test aangevraagd?
Je arts vraagt het eiwit totaal doorgaans aan als onderdeel van een breder bloedonderzoek, bijvoorbeeld bij klachten die kunnen wijzen op lever- of nierproblemen, bij vermoeidheid, onbedoeld gewichtsverlies of voedingstekorten. Ook bij de follow-up van bekende aandoeningen zoals levercirrose of nierziekten is de waarde een nuttige graadmeter. De test op zich geeft geen definitieve diagnose, maar wijst in een richting voor verder onderzoek.
Wat kun je zelf doen bij afwijkende waarden?
Bij een afwijkend eiwit totaal is het altijd verstandig om dit met je huisarts te bespreken. Zelf kun je letten op voldoende eiwitinname via voeding: goede bronnen zijn vlees, vis, zuivel, eieren, peulvruchten en noten. Maar vaker eten leidt niet automatisch tot een betere waarde als de oorzaak in de lever, nieren of een onderliggende ziekte zit. Zelfmedicatie of extra eiwitpoeders zonder medisch advies zijn dan geen oplossing en kunnen soms zelfs schadelijk zijn voor nieren die al minder goed werken.
De waarde van het eiwit totaal is vooral nuttig in combinatie met andere bloedwaarden. Het geeft je arts een eerste aanwijzing, waarna gerichte vervolgonderzoeken de werkelijke oorzaak in beeld brengen. Zijn je waarden afwijkend? Wacht dan niet af, maar bespreek dit zo snel mogelijk met een arts.

Leave a Reply